Een open dienst oplossen met extra uren kan incidenteel nodig zijn. Wanneer dezelfde deeltijdwerker maand na maand boven het afgesproken arbeidspatroon wordt ingezet, is dat geen losse roosteroplossing meer. De Cao Gehandicaptenzorg 2025-2026 koppelt aan extra werk afzonderlijke regels voor vergoeding, toeslagen, begrenzing en structureel meerwerk. HR en planning moeten die regels in één controleketen organiseren.
Wat de bronnen laten zien
De cao definieert extra werk als arbeid die op verzoek of in opdracht van de werkgever boven het overeengekomen arbeidspatroon en het vastgestelde rooster wordt verricht. Het gaat dus niet alleen om uren boven een voltijdsnorm. Ook een deeltijdwerker kan extra werk verrichten zodra de werkgever uren toevoegt boven het eigen contractuele patroon.
Artikel 7:4 bepaalt dat extra werk in tijd wordt vergoed, gelijk aan het aantal gewerkte uren. Op verzoek van de werknemer kan uitbetaling plaatsvinden. Bij uitbetaling vindt over het uurloon ook opbouw plaats van vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, vakantie-uren en Balansverlof. Extra werk op de in de cao aangewezen sociaal of fysiek belastende uren kan daarnaast recht geven op ORT. Voor extra werk binnen 21 dagen kent de cao bovendien een aparte toeslag, met uitzonderingen die in hetzelfde artikel staan.
Artikel 7:7 begrenst extra werk, gemeten over een aaneengesloten jaar, in beginsel op tien procent van de daar genoemde urengrondslag. Bij overschrijding moet de werkgever op verzoek van de werknemer assistentie verlenen of een vacature stellen. De ondernemingsraad kan per kwartaal informatie over extra uren per salariscategorie vragen om het beleid rond assistentie en vacaturestelling te beoordelen.
Voor deeltijdwerkers bevat artikel 7:8 een eigen structurele uitkomst. Werkt een deeltijdwerker over een referteperiode van een jaar gemiddeld meer dan tien procent boven de contractueel overeengekomen arbeidsduur, dan biedt de werkgever een contract aan waarin die meer gewerkte uren zijn verwerkt. Dit is een cao-verplichting met een jaarreferte; een enkele drukke maand bewijst nog niet dat aan die voorwaarde is voldaan.
Maak één urenoverzicht waarin contractuele arbeidsduur, vastgesteld arbeidspatroon, geplande extra uren, feitelijk extra gewerkte uren, ORT-uren en de gekozen vergoeding uit elkaar blijven. Een totaal van alle gewerkte uren is onvoldoende om te bepalen welke cao-regel van toepassing is. Leg ook vast of het initiatief bij de werkgever lag; de definitie van extra werk sluit daarop aan.
Laat iedere extra dienst bij acceptatie dezelfde gegevens krijgen: reden, moment van verzoek, diensttijd, verwachte duur, toepasselijke toeslag en keuze voor tijd of geld. Registreer achteraf de werkelijke uren. De afrondingsregels van artikel 7:6 gelden voor de berekening van de toeslag op extra werk, maar maken feitelijke arbeid niet onzichtbaar in de arbeidstijdenregistratie.
Gebruik een voortschrijdende jaarcontrole per medewerker. Wacht niet tot de laatste week van de referteperiode. Signaleer bijvoorbeeld bij zes en negen maanden of extra inzet geconcentreerd raakt bij dezelfde deeltijdwerker en welk aandeel van de contractuele arbeidsduur daarmee wordt bereikt. Controleer daarbij zowel de grens voor structureel meerwerk als de afzonderlijke cao-grens voor extra werk.
Koppel het signaal aan een formatiebesluit. Terugkerende cliëntvraag, langdurige vacaturedruk of een structureel roosterpatroon vraagt om de vraag of contractuitbreiding, assistentie of vacaturestelling nodig is. Een medewerker die vaak vrijwillig extra diensten accepteert, neemt die werkgeversverantwoordelijkheid niet over. Bespreek een contractaanbod zorgvuldig en leg aanbod, omvang, ingangsdatum en reactie vast.
Rapporteer geaggregeerde patronen aan management en geef de ondernemingsraad de cao-informatie wanneer die daarom vraagt. Gebruik de analyse om teams met structurele onderbezetting te herkennen. Zo wordt extra werk niet alleen correct verloond, maar ook gebruikt als signaal dat de formatie niet meer aansluit op de feitelijke zorgvraag.
Werkgeverscheck
- Registreer extra werk afzonderlijk van contracturen, roosteruren, ORT en bereikbaarheids- of slaapdiensten.
- Leg bij ieder verzoek datum, reden, feitelijke uren, toepasselijke toeslag en keuze voor tijd of uitbetaling vast.
- Volg per medewerker voortschrijdend de cao-grenzen over een aaneengesloten jaar.
- Koppel terugkerend meerwerk aan contractaanbod, assistentie of vacaturestelling.
- Gebruik teampatronen voor formatieplanning en de informatiepositie van de ondernemingsraad.
Waar de grens ligt
Dit artikel beschrijft de cao-regels die op 10 september 2026 gelden. Controleer vóór toepassing of de werknemer onder de Cao Gehandicaptenzorg valt en welke lokale arbeidstijdenregeling, ondernemingsafspraak en contractuele bepalingen aanvullend gelden. De cao-grens voor een contractaanbod is niet automatisch dezelfde toets als het wettelijke rechtsvermoeden over arbeidsomvang.
Beoordeel arbeidstijd, rust, gezondheid en veilige inzet afzonderlijk. Een vergoeding of later contractaanbod maakt een rooster dat de toepasselijke arbeids- en rusttijden overschrijdt niet alsnog verantwoord.
Dit artikel biedt algemene HR-duiding en is geen individueel juridisch, medisch of arbeidsvoorwaardelijk advies. Controleer de actuele primaire bron voor een concrete beslissing.
Bronnen
- Cao Gehandicaptenzorg artikel 7:1Definitie van extra werk boven het overeengekomen arbeidspatroon en vastgestelde rooster.
- Cao Gehandicaptenzorg artikel 7:4Vergoeding in tijd of geld, opbouwcomponenten en toeslagen bij extra werk.
- Cao Gehandicaptenzorg artikel 7:7Jaargrens, assistentie of vacaturestelling en informatie aan de ondernemingsraad.
- Cao Gehandicaptenzorg artikel 7:8Contractaanbod voor een deeltijdwerker die gemiddeld meer dan tien procent structureel meerwerkt.